Column van Theo

Adviseren

Onlangs zag ik nog eens een advies van een OR dat geheel was ingericht volgens de richtlijnen van wijlen Mr. F.W.H. Vink, dus eindigend met ‘de OR adviseert positief op het te nemen besluit, mits de door hem gegeven adviezen worden overgenomen’. Of woorden van die strekking.

Het deed me denken aan de tijd, dat ik zelf deel uitmaakte van een OR. Met de overtuiging dat het uit te brengen advies ertoe deed, gingen we vol op de inhoud van het besluit, ehh besluitvoornemen natuurlijk.

Veel later drong het besef tot me door dat we met niets anders bezig waren dan de bestuurder de maat nemen. Bij niemand kwam het op te bedenken dat het overleg met de goede man/vrouw veel weg had van een functionerings-, soms zelfs van een beoordelingsgesprek!

In dat verband vroeg ik - in het bijzijn van de bestuurder - eens een OR-lid welke functie hij binnen de organisatie bekleedde. Hij liet daarop weten dat hij ingenieur was, die voor de organisatie unieke kennis in huis had. Toen ik hem daarop vroeg hoe hij het zou vinden als de aanwezigen hem van adviezen zouden voorzien over de wijze waarop hij zijn functie invulde, wees hij net niet naar zijn hoofd: “Laten ze maar zeggen wat ze willen en aan mij overlaten hoe ik dat doe”, liet hij weten - en de overige leden knikten instemmend. Het was een inkoppertje hem en de overige leden erop te wijzen dat ze tot dan toe richting bestuurder hetzelfde hadden gedaan.

Niet zo verwonderlijk dat bestuurders zich weleens afvragen of ze wel advies moeten vragen ……

 

 

Formatie principes

De kandidaten:

Grote winnaars, grote verliezers, kleine winnaars, kleine verliezers, eenkennigen, fantasten, charlatans en gewichtigdoeners.

De (rekbare) Principes:

  1. De winnaars

Beetje lastig principe, want een van de winnaars - die zijn winst behaalde op basis van een op zijn doelgroep toegeschreven programma: een a-4tje met simpele oplossingen, voor problemen die alleen door de aanhangers worden beleefd - is bij voorbaat uitgesloten. Die 1.369.374 op die beweging uitgebrachte stemmen blijken helaas voor de kat zijn viool.

Behoudens die absolute winnaar bezetten de overige bij elkaar opgeteld 71 zetels.

  1. De achtereenvolgende grootste partijen (behalve dan de op een na grootste)

Blijkt dat de principes uit de verschillende programma’s niet te verenigen zijn. Alsof we dat niet eerder hadden kunnen weten. Maar de stemming was goed!

Dan maar de club (met een klein verlies) die met een verschil van 524 stemmenals zesde eindigde. Die had tevoren echter vastgesteld dat een overeenstemming met de grootste partij een kansloze missie is. Dan zou er een grote verliezer aan de beurt zijn, maar die wil helaas niet. De daaropvolgende in het rijtje brengt echter ternauwernood voldoende zetels in. Dan toch maar weer …?

Wordt geen vakantie voor die mannen en de enkele vrouw in de marge.

Geen principe:

Onderzoek - los van wie gewonnen heeft - de betreffende programma’s op overeenkomstige, c.q. te verenigen belangen en zet de vertegenwoordigers van die clubs (een ruime meerderheid moet mogelijk zijn) met een aantal ervaren mediators aan tafel, en een kind kan de was doen!

 

Er zijn inmiddels ondernemingsraden die snappen dat het niet om oplossingen gaat, maar om wat je wilt bereiken. Dus: Geen gezeik, iedereen rijk!

Het hemd is nader dan de rok

Het gemiddelde aantal slachtoffers per jaar als gevolg van een islamitisch gemotiveerde aanslag in de Verenigde Staten - sinds 11 september 2001 is op twee handen te tellen: zes personen. Ter vergelijking: gemiddeld komen 21 mensen om het leven door gewapende peuters.
In Nederland stierf in de afgelopen 15 jaar één man als gevolg van een islamitische aanslag. Het aantal verkeersdoden als gevolg van alcoholgebruik in het verkeer ligt jaarlijks grofweg tussen de 60 en 135.

Wanneer je het als een belangrijke taak van de overheid beschouwt om mensen te beschermen, dan is het een eitje om het aantal slachtoffers van schietende peuters en van beschonken verkeersdeelnemers drastisch te verminderen. Het is dus meer een kwestie van willen dan van kunnen. De Riffle Association vertegenwoordigt de zichzelf verdedigende Amerikaanse republikeinse kiezers en die wil je niet tegen in je in het harnas jagen. Dus wijs je als politicus in dit verband op de verantwoordelijkheid van ouders: die moeten die kleine mensjes gewoon beter leren omgaan met dat wapentuig.

De hardwerkende Nederlandse alcohol consumerende burger wil je - met het oog op je herverkiezing - als onderdeel van de wetgevende macht ook liever niet tegen de haren instrijken. Oké, die jongeren - let wel zonder het actieve en passieve kiesrecht - moeten ontmoedigd worden alcohol te gebruiken, want die kunnen die verantwoordelijkheid immers niet aan.

 Zo werd In een ziekenhuis - het zal geen uitzondering zijn geweest - twee roosters gehanteerd. Een van beiden voldeed helemaal aan het gestelde in de arbeidstijdenwet en lag zorgvuldig opgeborgen in de bureaula van het afdelingshoofd. Het werkelijke rooster - in strijd met wet en regelgeving - opgesteld door het verplegende personeel, prijkte aan de binnenkant van het keukenkastje van de afdeling. De OR daarmee geconfronteerd en gewezen op artikel 28, beriep zich op het feit dat betreffende collega’s zelf verantwoordelijk zijn. Toen ik wees op het risico van fouten door te lange werktijden en daartegen de macht van de OR afzette om dit tegen te gaan, piepte een van de leden dat dit de ‘verantwoordelijkheid van de werkgever’ was …..

Pragmatiek

Het gebouw van het Europees Parlement (EP) schijnt jaarlijks met 1 cm te verzakken. Toen ik dat las hoorde ik de Fransen denken: het is nog een kwestie van tijd en dan lost het probleem omtrent een vestigingsplaats zich van zelf op. Voor een besluit Straatsburg als enige vestigingsplaats aan te wijzen, is geen verdragswijziging nodig. Tijdens de Top van Edinburgh in 1992 werd namelijk besloten dat Straatsburg de officiële zetel van het EP is. Te vrezen is dat deze praktische – en vooral ook goedkope - insteek het níet gaat worden.

Nieuwbouw gaat € 430 miljoen kosten. Met de overschrijdingen bij de bouw van het nieuwe NAVO Hoofdkwartier in het achterhoofd, wordt dat al gauw een half miljard. Trekken we die Britten voor 10 miljard het vel over de oren, dan zal dat geen obstakel vormen.

 

De betrokken ondernemingsraden van samenwerkende gemeenten maakten zich ooit op te adviseren over de vestigingsplaatsen van de samen te voegen diensten. Om niet in een machtsstrijd te geraken, werd er voor gekozen om met elkaar uitgangspunten te formuleren en op basis daarvan criteria op te stellen. Daardoor zou een keuze uit de vele opties soepel kunnen verlopen. Applaus van bestuurderszijde voor deze pragmatische insteek bleef echter uit. Sterker nog, het bleef angstvallig stil. Die stilte bleek als zo vaak een voedingsbodem voor allerlei speculaties en die zaten er niet ver naast. Achter de schermen had er flinke uitruil plaatsgevonden, waar niet alleen vestigingsplaatsen en dito gebouwen onderdeel van hadden uitgemaakt, maar ook de invulling van de topfuncties. Hoezo zoeken naar optimale oplossingen voor de huisvesting; hoezo de juiste man of vrouw op de juiste plaats?

 

Keukentafel

Thuis aan tafel nemen we regelmatig de stand van zaken in de wereld door.

Op mondiaal niveau zijn we sinds dit jaar meestal gauw klaar. De hoofdrolspelers zijn óf te wel zeer voorspelbaar, óf volstrekt onberekenbaar. Die eerste groep is alleen interessant als je fantaseert over wat er zou gebeuren wanneer ze eens iets anders dan anders doen. Die kans nadert bij die gasten de ‘nul’ en dus ben je gauw klaar. De tweede groep, eigenlijk zijn  er maar twee leden, is niet zozeer onvoorspelbaar maar bestaat uit onbenullen. We komen daarom al gauw uit op wat zich in het neder-landje afspeelt. Helaas wordt het nieuws in dit postverkiezingstijdperk vooral bepaald door de berichtgeving omtrent de beslissende fase waarin het voetbalseizoen zich bevindt. Of door onze jonge - de raceregels aan zijn (zware) rechterlaars lappende - snelheidsduivel. Maar vooral - en dat met stip - door de diaspora van naar ruimte snakkende boeren die op zoek zijn, geïnspireerd door hun voormalige medelanders met een niet westerse achtergrond, naar Nederlandse bruiden.

En dus hebben we het al gauw over ons vrijwilligerswerk. En daarmee is de avond dan ook meteen gevuld. Geen Erdogan, geen Trump, geen Kim Jong-un, geen Rutte, maar Marieke, Corry, Roel of hoe ze allemaal ook mogen heten. De thema’s verschillen uiteraard en zijn daarom dan ook zelden interessant genoeg om besproken te worden. Maar hoe je het ook wendt of keert, verschillen in optreden, in (on)voorspelbaarheid, alsook het gebrek aan benul, is ook daar aan de orde van de dag. Koninkrijkjes worden gevormd of opgeblazen, functies worden geambieerd of ter beschikking gesteld, bestuursleden gaan hun eigen weg en komen onder vuur te liggen, dreigend taalgebruik is van alle dag, lidmaatschappen worden opgezegd en afspraken met voeten getreden. Kortom, zoek de verschillen met Recep, Ronald, Jong-un en ons Markje!

Vandaag hoorde ik een bestuurder verhalen over zijn ondernemingsraad. Onder het bewind van een meer dan vijftien jaar zittend OR-lid, gesecondeerd door een streng naar de leer van de wet levende ambtelijk secretaris, was die club - na veel wisselingen in samenstelling - vrijwel leeggelopen! Deze bestuurder - kort voor zijn pensioen staand - deed deze gang van zaken zichtbaar leed. Wat had hij graag het ‘goede gesprek’ gevoerd ….

Regel 1: Ik heb altijd gelijk. Regel 2: Als ik geen gelijk heb, geldt regel 1

Als havist werd hij erdoor geïnspireerd. Kan zijn dat hij er - minder waarschijnlijk - ook om heeft gelachen. Later als fotoshoppende en verwoed twitterende politicus weet hij die regel echter succesvol in praktijk te brengen. Door zich het alleenrecht toe te eigenen te weten wat burgers denken, willen, vinden, voelen en waarnemen, durft nauwelijks iemand hem tegen te spreken. Iedereen vermoedt namelijk dat er altijd wel ergens een burger rondloopt die zijn standpunten onderschrijft.

Een collega-politicus die desondanks een poging daartoe waagde, ging dan ook meteen op zijn bek. Gevraagd om een standpunt te onderbouwen, liep hij in zijn uitleg helemaal vast. Erg pijnlijk natuurlijk. Dom, dom, dom van die 50-plusser overigens, want de essentie van het ‘weten wat de mensen willen’, ligt nu juist besloten in het feit dat daar geen enkele onderbouwing bij past. Nog pijnlijker was dat die brave borst geen andere uitweg zag dan de om toelichting vragende vertegenwoordiger van de media als onbetrouwbaar neer te zetten!

Na een gloedvol betoog van een OR-lid over het weglekkende werkplezier, beweerde zijn bestuurder (met dreigende stem) heel goed te weten wat er onder zijn personeel leeft en dat hij zich niet herkende in het geschetste beeld. Kennelijk geïntimideerd door die stellingname, bleef het aan de zijde van zijn OR vervolgens opvallend stil ….

Inburgering

Examenonderdeel: Kennis van de Nederlandse samenleving

In Nederland is het de gewoonte om onzinnige voorstellen te doen.      

Ja       Nee    

 Nederlandse parlementariërs uiten zich bij voorkeur over zaken zonder zich daarin verdiept te hebben.                                                      

Ja       Nee    

Bij een referendum laat de Nederlander zijn mening niet beïnvloeden door kennis te nemen van de consequenties van zijn of haar stem.          

Ja       Nee    

 In de Tweede Kamer maken oplossingen een veel groter onderdeel uit van de beraadslagingen dan het doel wat men daarmee beoogd te bereiken.                                                                                                                

Ja       Nee    

De belangrijkste taak van ministers en staatsecretarissen is het beantwoorden van stompzinnige vragen van Kamerleden.                       

Ja       Nee    

Vrijheid van meningsuiting is het geven van een mening zonder zich geremd te weten door enige kennis van zaken.

Ja       Nee   

De PVV beijvert zich voor het recht eerst te mogen nadenken voordat je al of niet je mening ventileert.                                                                 

Ja       Nee    

 Het belangrijkste criterium van de Nederlander bij het beoordelen van beleid is: Wat heb ik eraan!                                                 

Ja       Nee    

 De ‘mondige burger’ is iemand die zich niet geremd weet.                                

Ja       Nee    

                                                                                            Nederlander wordt geregeerd door de boze burger.                                

Ja       Nee    

                                                                                                                 Ondernemingsraden leveren een bijdrage aan het goed functioneren van organisaties.

Ja       Nee    

Bent u tevreden met uw antwoorden?                                                     

Ja       Nee    

Omdenken anno 2017

8 Zetels verlies als een overwinning vieren!

Bijna 10 zetels achterblijven op de eigen voorspelling en de uitslag betitelen als ‘niet van durven dromen’.

Na het verlies van 29 zetels, het mes in de rug van de partijvoorzitter plaatsen.

Op 5 zetels komen en roepen dat er een eind gemaakt wordt aan de pensioenroof, het terugbrengen van de pensioenleeftijd en het herstellen van de koopkracht van de rijkste 65plus generatie ooit.

Je van deelname aan de regering uitgesloten weten en blijven dromen van de absolute meerderheid.

Met een op onderdelen niet los van elkaar te realiseren programma, de grootste winnaar worden.

Het programma baseren op een geloofsovertuiging en gelijk blijven in het aantal Kamerzetels.

Een voorstel voor invoering van bindende referenda en volksinitiatieven, ‘vergelijkbaar met het volgens hen zeer succesvolle Zwitserse model (Naast de meerderheid van het volk dient er ook een meerderheid van de Kantons voor te stemmen!) levert 2 zetels op.

Een plan B om de aarde te redden levert 3 zetels winst op.

Een breekpunt maken van het afschaffen van de eigen bijdrage komt op 1 zetel verlies te staan.

De poging om de kloof tussen politiek en burger met nepaccounts en -filmpjes te dichten, is voldoende om 2% van de kiezers tot een stem te verleiden.

Uitdrukkelijk kiezen voor Europa legde ook geen windeieren.

Laatst was er een bestuurder die een lage score van een MTO, wijzend naar de zeer lage respons, wist weg te poetsen als niet representatief ….

 2017: Verkiezingsjaar!

Dat er verkiezingen aankomen kan nauwelijks iemand ontgaan. Hoe die signalen worden opgepakt, is hooguit na afloop een issue. Want dat weten de kandidaat aanvoerders van de inmiddels 81 partijen, annex hun ziel verkopende op de blauwe stoeltjes azende, als stemvee voorbestemd volgelingen en niet te vergeten de ZZP-ers (zelfstandigen zonder partij). Zijn staan immers dicht bij de burger (ook wel de hardwerkende, niet domme, politiek bewuste, goed geïnformeerde, zorgvuldig afwegende kiezer genoemd).

Die doelgroep moet natuurlijk geactiveerd worden. Die vakjes moeten hoe dan ook rood gekleurd worden. Potentiele kiezers die het gevoel hebben dat het best wel goed toeven is in Nederland - en die dan ook niet verbaasd zijn dat het land op de zevende plek staan van de ranglijst van de gelukkigste landen van de Verenigde Naties, dat kan natuurlijk niet. Die komen niet van de bank en zo ze dat al doen, is het niet zeker dat zij dat weloverwogen doen. De hoeders van onze verworvenheden, op zoek naar stemvolk, kunnen daar wel een handje bij helpen. Die hardwerkenden, politiek bewuste, goed geïnformeerde, zorgvuldig afwegende niet domme kiezers, wordt te verstaan gegeven dat ze geen goed beeld hebben van de echte (probleem)situatie; dat ze in ieder geval niet zien dat er enorme bedreigingen op ons afkomen. Nog voordat die categorie burgers zich de vraag kan stellen - voor zover dat ze dat al doen, wordt - vanuit het principe dat gemeenschappelijk vijanden mensen verbindt en hen activeert - daarin voorzien: ‘Europa’, ‘de elite’, ‘de vluchtelingen’, ‘de islamisering’, ‘de Marokkanen’, ‘de Surinamers’, ‘de Polen’ en vul zelf maar in. Niet te vergeten natuurlijk ‘het pluche’ in Den Haag. Dat laatste lijkt gevaarlijk, want degenen die deze angstbeelden onder de aandacht van de hardwerkende, politiek bewuste, goed geïnformeerde, zorgvuldig afwegende potentiële burger brengen, doen dat om op dat ‘pluche’ te blijven of te komen. “Boeien”, zal de campagnestrateeg zeggen, “als die angst er maar goed in zit, gaat het verder nergens over”.

Daar sta je dan als niet hardwerkende, politieke onbenul, op onderbuikgevoelens afwegende domme burger!

Aan het begin van de kredietcrisis noemde een directeur van een kinderopvang organisatie die bankencrisis als de directe aanleiding om rigoureus te gaan snijden in de kosten. Behorende tot de groep van ‘niet domme, hardwerkenden’ kon ze kennelijk niet bedenken dat die ‘domme, niet hardwerkenden’ leden van de OR de link met de crisis als oorzaak niet konden leggen. Simpele vragen over oorzaak en gevolg van de ontstane beroerde financiële situatie, schoof ze, met een beroep op hun onbenul, terzijde. Hoewel betreffende OR redelijk homogeen functioneerde, deed het fenomeen van de ‘gemeenschappelijke vijand’ daar nog een aanmerkelijk schepje bovenop. Haar lot was bezegeld ….

 

Regel 1: Ik heb altijd gelijk. Regel 2: Als ik geen gelijk heb, geldt regel 1

Als havist werd hij er door geïnspireerd. Kan zijn dat hij er - minder waarschijnlijk - ook om heeft gelachen. Later als fotoshoppende en verwoed twitterende politicus weet hij die regel echter succesvol in praktijk te brengen. Door zich het alleenrecht toe te eigenen te weten wat burgers denken, willen, vinden, voelen en waarnemen, durft nauwelijks iemand hem tegen te spreken. Iedereen vermoedt namelijk dat er altijd wel ergens een burger rondloopt die zijn standpunten onderschrijft.

Een collega-politicus die desondanks een poging daartoe waagde, ging dan ook meteen op zijn bek. Gevraagd om een standpunt te onderbouwen, liep hij in zijn uitleg helemaal vast. Erg pijnlijk natuurlijk. Dom, dom, dom van die 50-plusser overigens, want de essentie van het ‘weten wat de mensen willen’, ligt nu juist besloten in het feit dat daar geen enkele onderbouwing bij past. Nog pijnlijker was dat die brave borst geen andere uitweg zag dan de om toelichting vragende vertegenwoordiger van de media als onbetrouwbaar neer te zetten!

Na een gloedvol betoog van een OR-lid over het weglekkende werkplezier, beweerde zijn bestuurder (met dreigende stem) heel goed te weten wat er onder zijn personeel leeft en dat hij zich niet herkende in het geschetste beeld. Kennelijk geïntimideerd door die stellingname, bleef het aan de zijde van zijn OR vervolgens opvallend stil ….

 

Inburgering

Examenonderdeel: Kennis van de Nederlandse samenleving

Om cirkel uw antwoord

 

In Nederland is het de gewoonte om onzinnige voorstellen te doen.      

Ja       

Nee    

 

Nederlandse parlementariërs uiten zich bij voorkeur over zaken zonder zich daarin verdiept te hebben.                                                      

Ja       

Nee    

 

Bij een referendum laat de Nederlander zijn mening niet beïnvloeden door kennis te nemen van de consequenties van zijn of haar stem.          

Ja       

Nee    

 

In de Tweede Kamer maken oplossingen een veel groter onderdeel uit van de beraadslagingen dan het doel wat men daarmee beoogd te bereiken.                               

Ja       

Nee    

 

De belangrijkste taak van ministers en staatsecretarissen is het beantwoorden van stompzinnige vragen van Kamerleden.                       

Ja       

Nee    

 

Vrijheid van meningsuiting is het geven van een mening zonder zich geremd te weten door enige kennis van zaken.

Ja       

Nee    

                                  

De PVV beijvert zich voor het recht eerst te mogen nadenken voordat je al of niet je mening ventileert.                                                                 

Ja       

Nee    

 

Het belangrijkste criterium van de Nederlander bij het beoordelen van beleid is: Wat heb ik eraan!                                                 

Ja       

Nee    

 

De ‘mondige burger’ is iemand die zich niet geremd weet.                                

Ja       

Nee    

                                                                                  &nbs

Beoordelingsgesprek

Bijna een kwart van de werknemers is ontevreden over het verloop van zijn of haar beoordelings- of jaargesprek, blijkt uit een recent onderzoek. Dat zal niemand verbazen. Zo zijn de beoordelingscriteria niet altijd even helder, heeft de beoordelaar vaak onvoldoende zicht op het functioneren van de medewerker en is bijgevolg dan ook niet in staat te reflecteren op het dagelijks functioneren. Irritaties en ongenoegens (maar ook complimenten) worden opgespaard, zodat het jaarlijkse gesprek het karakter krijgt van een afrekening: Op basis van incidenten, voorbeelden uit de tweede hand of van horen zeggen, wordt de medewerker het vonnis gelezen.

Omdat de criteria niet altijd even helder zijn, gaat zo’n gesprek vaak over verschillen in inzichten over de wijze waarop de functie moet worden uitgeoefend. Dat laatste steekt des temeer wanneer de leidinggevende er blijkt van geeft niet helemaal te snappen wat die functie inhoud. Voor vakinhoudelijke mensen is dit alsof ze van een leek te horen krijgen hoe ze hun vak moeten uitoefenen.

Gek genoeg zullen maar weinig mensen het in hun privésituatie in hun hoofd halen de door hen ingehuurde loodgieter te vertellen hoe hij zijn werk moet doen. Ze volstaan met te zeggen wat het probleem is, wat ze van hem willen en rekenen af op het resultaat. 

Een beoordelingsgesprek vindt normaliter plaats tussen leidinggevende en medewerker. Er lijkt voor één medewerker een uitzondering te worden gemaakt. Een medewerker die op grond van de wet op de ondernemingsraden ook nog eens is uitgesloten van medezeggenschap: De bestuurder!

De bestuurder heeft met enige regelmaat een beoordelingsgesprek met 5 tot wel 17 of meer medewerkers. De beoordelingscriteria zijn zelden expliciet en kunnen zelfs per ‘beoordelaar’ verschillen. De beoordelaars confronteren deze ‘medewerker’ met voorbeelden van disfunctioneren van de lijn en houden hem of haar daarvoor verantwoordelijk. Besluitvoornemens worden - met het wetboek in de hand - beoordeeld op basis van organisatiekunde van de koude grond of opgedaan in maatwerkcursussen over organisatieontwikkeling en aanverwante zaken. 

Een loodgieter had in een dergelijke situatie allang zijn gereedschapskist ingepakt toch! 

Commentaar

Op nieuwjaarsdag liet ik me samen 1,7 miljoen anderen verleiden tot het kijken naar de finale van het wereldkampioenschap pijltjes gooien. De aanleiding was simpel: er stond een Nederlander in de finale. Het spektakel zou volgens de programmabladen om 20.00 uur beginnen. Als beginnende dart- kijker zapte ik even na achten over naar de ‘zender voor mannen’. In de veronderstelling dat het ingooien inmiddels wel was afgerond, was de voorbeschouwing nauwelijks op gang gekomen. Oké, dacht ik, dat hoort bij sport, om vervolgens verder te zappen. Na ruim een uur had ik beet, het eerste pijltje werd gegooid. Waar ze over gesproken hebben is me een raadsel. Voetbalkenners en -analisten kunnen het nog over blessures, mogelijke opstellingen of falende trainers hebben. 

Het niveau van het commentaar had veel weg van een wedstrijd waar het afgetrainde deel van onze sporthelden aan deelneemt. “Als hij deze leg wint dan komt hij (‘Mike’) op een 5-2 voorsprong”, zo kregen de toeschouwers te horen. Alsof iemand het had kunnen ontgaan dat het op dat moment 4-2 stond. Toen de stand 4-5 werd in het voordeel van tegenstander en gewichtsgenoot Phil, kwam een van de live-zwetsers plotseling tot het besef dat deze het heft in handen had genomen. Maar het was nog niet gedaan, “de wedstrijd is pas afgelopen als de laatste dubbel is geworpen”, zo werd de kijker een hart onder de riem gestoken. De afsluitende opmerkingen waren ook voorspelbaar. Hoe hadden we kunnen denken dat onze Mike had kunnen winnen van zo’n super tegenstander? 

Hoeveel moet je van - in dit geval - darten weten om hardop van een monitor mee te lezen wat iedere ziende ook op zijn beeldscherm ziet? 

Voor 2013 wens ik me als sportliefhebber dat we de beschikking krijgen over de mogelijkheid te schakelen tussen verschillende commentatoren. Te beginnen bij het uitzetten van de commentaarstem. 

Communiceren

Ooit deed een Amerikaanse journalist ‘onderzoek’ naar hoe tijdens de koude oorlog de regeringen van de toenmalige Sovjet Unie en de Verenigde Staten hun burgers inkijk verschaften in hun activiteiten. Conclusie: De machthebbers uit de USSR informeerden hun onderdanen mondjesmaat, waarbij de juistheid van dat handelen buiten kijf stond en kritiek daarop in de kiem werd gesmoord. De Amerikaanse administratie overstelpte de burgers met informatie vanuit de gedachte dat, als de waarheid al gevonden zou worden, deze als irrelevant kon worden weggezet. Deze laatste strategie lijkt ook in Suriname te worden toegepast. Nu eindelijk, na 30 jaar, de moordenaars lijken te worden ontmaskerd, vindt een parlementaire meerderheid dit kennelijk een bijkomstigheid. 

De wijze waarop Chroetsjov en Brezjnev over hun heldendaden berichtten, maakte dat de waarheid alleen kon worden geconstrueerd aan de hand van benoemingen in of verwijderingen uit politbureaus, het aantal publieke optredens en allerlei andere symboliek, zoals de vele onderscheidingen op uniformen en revers.

Dat dit in landen als Noord-Korea en China nog steeds het geval is, zal niemand verbazen. Dat dit ook in Nederland zijn intrede heeft gedaan, echter des temeer. Via telelenzen en twitter-berichten wordt het volk geïnformeerd over de gang van zaken in het Catshuis. Welke betekenis we daaraan moeten hechten, is aan deskundigen en journalisten. Wat moet ik met die beelden en tweets? zal een journalist van de Volkskrant hebben gedacht. Het feit dat Leers wordt betrapt op ongerijmdheden en weifelend optreden, moet Geert een doorn in het oog zijn. Dan kan het niet zo zijn - zo is zijn redenatie - dat hij dit niet in het Catshuis tot uitdrukking heeft gebracht. De reacties op dit stellige bericht op de voorpagina laten zich duiden! Drie vliegen in een klap. Leers, best wel een aardige man, zit weer wat vaster in het zadel en Wilders, och die is weer wat krassen rijker. En de Volkskrant heeft weer een met flink wat tekst opgemaakte openingspagina.

Ondernemingsraden hanteren die techniek al veel langer overigens. In plaats te vragen naar mogelijke personele consequenties in verband met een op handen zijnde reorganisatie, wordt de bestuurder geconfronteerd met stellingen als: Dat gaat natuurlijk weer ten koste van flink wat arbeidsplaatsen. En dan kan de ondernemingsraad zich na afloop van de overlegvergadering weer uitleven in het interpreteren van het antwoord…..

Containerbegrippen

Voorjaar! Tijd om op te ruimen. Tijdens zo’n opruimbui kwam ik jaren geleden een instructievideoband tegen over vergaderen. Helaas beschikte ik niet meer over een videorecorder, maar ik kon me nog goed herinneren waar die over ging. Ik zie nog John Cleese een vergadering voorzitten en het agendapunt ‘communication’ aankondigen. Als reactie daarop kwamen de deelnemers aan het overleg in actie om er blijk van te geven dat ze zich goed hadden voorbereid. De een begon een proefexemplaar uit te delen van een nieuwe bedrijfskrant, de ander een beleidsnota over de wijze waarop invulling moet worden gegeven aan communicatie binnen de organisatie en nog een ander was in de weer met een powerpoint presentatie. De boodschap was helder: zorg voor een agenda waaruit blijkt wat de aanleiding is om een punt te bespreken, maar wees vooral ook duidelijk over wat het doel is van de bespreking. Een andere les die kan worden getrokken uit het gebruik van een containerbegrip als communicatie, is dat dit niet bepaald bijdraagt aan de verbetering van de situatie. Hoe los je namelijk het probleem van het ‘niet goed communiceren’ tussen twee afdelingen op? Zo iets is niet op te lossen, anders dan schieten met hagel. Om John Cleese-achtige toestanden te voorkomen is het zeer aan te bevelen gewoon te zeggen wat er speelt. Twee leidinggevenden die elkaar het licht niet in de ogen gunnen en daarom hun medewerkers verbieden het werk op en met elkaar af te stemmen, kun je namelijk wel adequaat aanpakken. 

‘We hebben meer informatie nodig’, liet een ondernemingsraad ooit zijn bestuurder weten. Die gaf echter geen krimp, wat de raad ertoe aanzette een advocaat in te huren om die informatie los te peuteren. De advocaat deed zijn werk en de rechter stelde de ondernemingsraad in het gelijk. Van de advocaat hoorde ik later dat kort daarop een grote vrachtauto een pallet met papier thuis bij de voorzitter van de ondernemingsraad afleverde. In een begeleidend briefje kon de geadresseerde lezen dat de ondernemer er vanuit mocht gaan dat hij hiermee in ruime mate voldaan had aan het verzoek van de raad……

Corporate Governance

In de nasleep van de zoveelste tot mislukken gedoemde fusie, bleek de gedroomde directeur niet datgene te doen wat van hem werd verwacht. In de aanloop naar de gedroomde fusie was het devies: geen gedwongen ontslagen. Dus gold dit natuurlijk ook voor die directeur. Deze kreeg daarom, uiteraard met behoud van salaris en leaseauto, een adviesfunctie aangeboden. Hoe de ondernemingsraad ook tegen deze gang van zaken ageerde, een ruim volgens de Balkenendenorm beloonde boventallig verklaarde werknemer ging met een onduidelijke opdracht aan de slag. En dat terwijl de organisatie werd getroffen door flinke kortingen op het budget. De nieuwe raad van bestuur gaf aan dat zijn handen gebonden waren. De raad van toezicht beriep zich op eerder gemaakte afspraken en later op goed werkgeverschap. Wat hadden de leden van de raad graag gewild dat ze zich via een handtekeningenactie tegen deze gang van zaken hadden kunnen verzetten.

De hoogste baas van de BV Nederland werd ooit vanwege een gebrekkige stijl van leidinggeven afgezet. Als boventallige werd hem een alternatieve - symbolische - functie aangeboden. De voorwaarden waaronder waren om je vingers bij af te likken. Uiteraard behield hij zijn salaris. Daarnaast bedong hij dat hij voor elk van zijn kinderen ruime kinderbijslag zou ontvangen. Ook werd afgesproken dat alle bijkomende kosten voor onder andere wonen en reizen, voor rekening van de BV zouden komen. Als klap op de vuurpijl bedong de ex-baas dat steeds het oudste kind van zijn nazaten hem zou opvolgen. Veel later kwam de BV weer eens in slecht weer terecht en moest de broekriem flink worden aangetrokken. Het volk kreunde. Kort daarop besloot de regerende vorst dat het tijd werd om de troon over te dragen. Dat besluit leverde, naast allerlei gedonder over gemankeerde teksten en geleende melodieën, discussies op over nut en noodzaak van de functie, maar ook over de hoogte van de beloning. Dat laatste monde uit in een initiatief voor het verzamelen van handtekeningen om die disproportionele vergoeding naar beneden bij te stellen. Dan denk je, dat moet een fluitje van een cent zijn. Alleen al die gefrustreerde OR-leden kunnen het verschil maken. Helaas, op elke regel is er een uitzondering....