Beoordelingsgesprek

Bijna een kwart van de werknemers is ontevreden over het verloop van zijn of haar beoordelings- of jaargesprek, blijkt uit een recent onderzoek. Dat zal niemand verbazen. Zo zijn de beoordelingscriteria niet altijd even helder, heeft de beoordelaar vaak onvoldoende zicht op het functioneren van de medewerker en is bijgevolg dan ook niet in staat te reflecteren op het dagelijks functioneren. Irritaties en ongenoegens (maar ook complimenten) worden opgespaard, zodat het jaarlijkse gesprek het karakter krijgt van een afrekening: Op basis van incidenten, voorbeelden uit de tweede hand of van horen zeggen, wordt de medewerker het vonnis gelezen.

Omdat de criteria niet altijd even helder zijn, gaat zo’n gesprek vaak over verschillen in inzichten over de wijze waarop de functie moet worden uitgeoefend. Dat laatste steekt des temeer wanneer de leidinggevende er blijkt van geeft niet helemaal te snappen wat die functie inhoud. Voor vakinhoudelijke mensen is dit alsof ze van een leek te horen krijgen hoe ze hun vak moeten uitoefenen.

Gek genoeg zullen maar weinig mensen het in hun privésituatie in hun hoofd halen de door hen ingehuurde loodgieter te vertellen hoe hij zijn werk moet doen. Ze volstaan met te zeggen wat het probleem is, wat ze van hem willen en rekenen af op het resultaat. 

Een beoordelingsgesprek vindt normaliter plaats tussen leidinggevende en medewerker. Er lijkt voor één medewerker een uitzondering te worden gemaakt. Een medewerker die op grond van de wet op de ondernemingsraden ook nog eens is uitgesloten van medezeggenschap: De bestuurder!

De bestuurder heeft met enige regelmaat een beoordelingsgesprek met 5 tot wel 17 of meer medewerkers. De beoordelingscriteria zijn zelden expliciet en kunnen zelfs per ‘beoordelaar’ verschillen. De beoordelaars confronteren deze ‘medewerker’ met voorbeelden van disfunctioneren van de lijn en houden hem of haar daarvoor verantwoordelijk. Besluitvoornemens worden - met het wetboek in de hand - beoordeeld op basis van organisatiekunde van de koude grond of opgedaan in maatwerkcursussen over organisatieontwikkeling en aanverwante zaken. 

Een loodgieter had in een dergelijke situatie allang zijn gereedschapskist ingepakt toch!