Commentaar

Op nieuwjaarsdag liet ik me samen 1,7 miljoen anderen verleiden tot het kijken naar de finale van het wereldkampioenschap pijltjes gooien. De aanleiding was simpel: er stond een Nederlander in de finale. Het spektakel zou volgens de programmabladen om 20.00 uur beginnen. Als beginnende dart- kijker zapte ik even na achten over naar de ‘zender voor mannen’. In de veronderstelling dat het ingooien inmiddels wel was afgerond, was de voorbeschouwing nauwelijks op gang gekomen. Oké, dacht ik, dat hoort bij sport, om vervolgens verder te zappen. Na ruim een uur had ik beet, het eerste pijltje werd gegooid. Waar ze over gesproken hebben is me een raadsel. Voetbalkenners en -analisten kunnen het nog over blessures, mogelijke opstellingen of falende trainers hebben. 

Het niveau van het commentaar had veel weg van een wedstrijd waar het afgetrainde deel van onze sporthelden aan deelneemt. “Als hij deze leg wint dan komt hij (‘Mike’) op een 5-2 voorsprong”, zo kregen de toeschouwers te horen. Alsof iemand het had kunnen ontgaan dat het op dat moment 4-2 stond. Toen de stand 4-5 werd in het voordeel van tegenstander en gewichtsgenoot Phil, kwam een van de live-zwetsers plotseling tot het besef dat deze het heft in handen had genomen. Maar het was nog niet gedaan, “de wedstrijd is pas afgelopen als de laatste dubbel is geworpen”, zo werd de kijker een hart onder de riem gestoken. De afsluitende opmerkingen waren ook voorspelbaar. Hoe hadden we kunnen denken dat onze Mike had kunnen winnen van zo’n super tegenstander? 

Hoeveel moet je van - in dit geval - darten weten om hardop van een monitor mee te lezen wat iedere ziende ook op zijn beeldscherm ziet? 

Voor 2013 wens ik me als sportliefhebber dat we de beschikking krijgen over de mogelijkheid te schakelen tussen verschillende commentatoren. Te beginnen bij het uitzetten van de commentaarstem.