Half woord

Tijdens een cursus voor directeuren over het succesvol omgaan met ondernemingsraden, beklaagt een van de deelnemers zich over de houding van zijn ondernemingsraad. Wat hem vooral stoort is het feit dat een aantal leden zich gedraagt als organisatieadviseur en dan nog van het belerende soort. ‘Ze zitten nog net niet op je stoel. Vooral als ze terug zijn van een cursus word ik daar goed ziek van,’ zo laat hij weten. ‘En wat me dan nog het meeste stoort, is de gedachte dat ìk voor die kosten moet opdraaien. Per saldo heb je er niets anders aan dan een hoop gelazer. Negeren is helaas geen optie. Voordat je het weet, heb je een advocaat aan je broek hangen en lopen kosten en ergernis nog meer op!’

‘Je moet er niet tegenin gaan. Sterker nog, je zou het idee dat ze verstand hebben van ondernemen zelfs moeten versterken,’ laat een te hulp schietende collega weten. ‘Die OR-cursussen zijn zelfs essentieel. Natuurlijk kosten die geld. Maar neem nou mijn ondernemingsraad. In de voorbereiding op de jaarlijkse cursussen stimuleer ik het agenderen van zaken die ik voornemens ben aan te pakken. Van fusie tot investering, van kostenbesparingen tot uitbesteden, noem maar op. Een beetje scholingsinstituut weet daar wel raad mee. Zo’n cursus betaalt zich dubbel en dwars uit. Als ik bij terugkomst verwijs naar de tijdens die dagen verworven kennis, blijkt een half woord ineens genoeg te zijn. Het simpelweg suggereren dat iedereen weet dat je in tijden van crisis niet kunt blijven stilzitten, doet alle hoofden al begrijpend knikken. Dat geeft me alle ruimte om de zaken naar mijn hand te zetten. Uiteraard vraag ik hen om advies en zorg ik er voor dat elementen daaruit - voor zover ze in mijn plannen passen natuurlijk - daarin worden opgenomen. Bij de presentatie van mijn besluit benadruk ik die aanpassingen en prijs daarbij hun betrokkenheid, inzet en inbreng. Het mooiste is natuurlijk als kort daarvoor de luxe broodjes zijn binnengebracht...’