Nemen

Voor de sportliefhebber kan deze zomer niet stuk. Het kan niet verrotten hoe slecht het weer is, tv kijken doe je bij voorkeur toch binnen. Het Europese voetbalkampioenschap sloot bijna naadloos aan op Wimbledon en dat weer op de Tour de France. In de week na de Tour knapte het weer plotseling op, zodat die kijkbuismensen even wat zon konden tanken in afwachting van De Spelen. Wat een planning. Om nooit meer te vergeten!

Voor de niet sportliefhebbers zal deze zomer iets zijn om héél snel te vergeten. Afgezien van het ontbreken van de zon als iets waar je wellicht lang naar had uitgezien, werd het slechtweer alternatief volledig beheerst door rondvliegende ballen en stuiterende mannen. Dit bracht mijn dochter zelfs zover dat ze, nadat ze had vastgesteld dat een vriendin naar een wedstrijd van Nederland zat te kijken, haar wilde defrienden. 

Dat brengt me meteen bij een andere groep mensen die zich mateloos geërgerd zullen hebben aan de vele sportuitzendingen of, erger nog, aan de vele praatprogramma’s die daarmee samenhangen. Hun grootste gruwel is de wijze waarop de Nederlandse Taal daarin wordt ‘verrijkt’.

Het begon ooit met het ‘hij heb’, van Van Hanegem en andere voetballende taalverruwers. De Kromme was volgens mij ook degene die de Duitse uitdrukking ‘… sah nicht gut aus’, in het Nederlands vertaalde. Sindsdien zijn er ook in Nederland keepers die er niet goed uitzien. Dit verwijt wilde ene Ronaldo kennelijk niet over zich af horen roepen. 

Een kunstenaar in een creatieve depressie ziet, bij het aanschouwen van het naar elkaar toeschuiven van een balletje waar - in de nabeschouwing - van gezegd wordt dat er genoeg kansen werden ‘gecreëerd’, meteen weer mogelijkheden. Verontrustend voor de taalpuristen zal vooral ook de snelheid zijn waarmee de rest van de taalgebruikers zich deze ‘verkrommingen’ eigen maken. Laatst hoorde ik zelfs een minister spreken over het maken van een besluit.  

Laten we in dit verband ook niet de wielrenners vergeten. Nee, ik doel niet op de prachtige uitdrukkingen van Kneteman. Ik ben vooral benieuwd hoe lang het nog duurt voordat het pakken van risico’s (in de afdaling) - van Michael Boogerd - gemeengoed wordt. 

Ondernemingsraden worstelen intussen nog altijd met hun ‘geslacht’: is de raad nou een ‘hij’ of ‘zij’?