Op eigen kracht

In een sector waar veel waarde wordt gehecht aan wet en regelgeving, werd ik gevraagd de  ‘Transitie OR’ bij te staan in het vormgeven van de verkiezingen van de eerste OR van de gefuseerde organisatie. Na een tweetal eerdere pogingen, wilde men er op de afgesproken  dag uitkomen. 

Bij het formuleren van uitgangspunten voor de inrichting van het kiesstelsel, stond ‘afspiegeling’ boven aan de lijst. Daaronder werd niet alleen verstaan afdelingen, functiegroepen, functieniveaus, maar ook verhouding mannen en vrouwen, afkomst en dergelijke, en dus ook leeftijd. Een van de deelnemers van die - uit 16 mannen en 1 vrouw bestaande - overgangs OR stelde met enige verbazing vast dat hij, net vijftig geworden, het op een na het jongste lid is. Het betreffende ‘jonge’ OR-lid stelde dan ook voor om iets te doen tegen de vergrijzing en vóór de ‘vergroening’ van de nieuw te kiezen ondernemingsraad. Zijn schuchtere voorstel om tot een indeling van kiesgroepen te komen op basis van leeftijden en aan stemmen op de jongste categorieën een wegingsfactor toe te kennen, bleef echter in de lucht hangen. De ‘ouderen’ leken zich ineens te realiseren dat de samenstelling van de huidige club bepaald niet beantwoorde aan het net gekozen uitgangspunt. Je zou denken: kom op zeg, wie A zegt moet ook B zeggen!

De uitkomst van die bijeenkomst stelde echter bepaald niet teleur. Geen lijstenstel, geen kiesgroepen! Vanuit de gedachte dat iedereen die meent in aanmerking te komen voor een zetel in de nieuw te kiezen raad dat dan ook maar moet uitdragen, werd gekozen voor het personenstelsel. Door het uitgangspunt dat een ondernemingsraad een bijdrage moet leveren aan het goed functioneren van de (hele) organisatie, werd als consequentie daarvan voor het integraalkiesstelsel gekozen. Op weg naar huis dacht ik: whaauw, een ondernemingsraad van een ‘autoriteit’ waardig.