Oplossingen

Elke zichzelf respecterende politieke partij laat zich voorstaan op haar oplossingen. Wat er opgelost wordt doet minder ter zake, als er maar opgelost wordt. Hebben we een fileprobleem? Nou dan leggen we – geheel in overeenstemming met wat de burger daarover oppert – gewoon meer wegen aan. Niet dat we denken daarmee het fileprobleem op te lossen, maar we kunnen - wijzend op de strekkende kilometers nieuw asfalt - zeggen dat wij de problemen tenminste aanpakken. 

Wie beweert voor alles en nog wat oplossingen te hebben, kan dat gebruiken om allerlei (politieke of persoonlijke) ambities te realiseren. De enige voorwaarde is dat je burgers – of werknemers – de illusie geeft dat het allemaal in hun belang is. Daar zijn allerlei technieken voor in omloop. Zinspelen op rampspoed bijvoorbeeld. Belangrijk bij het hanteren van deze techniek is dat je elke nuancering achterwege laat: discussiëren doe je op basis van krachtige standpunten, vragen om onderbouwing ontwijk je handig door dit standpunt simpel te herhalen met de toevoeging: “Moet ik dit nog uitleggen?” In de aanloop naar elke verkiezing kunnen liefhebbers zich verlekkeren aan hoogstandjes van die vaardigheid. 

Bestuurders in de zin van de WOR zijn vaak meesters in het hanteren van dergelijke technieken. En daar bedenken ze zelfs oplossingen waar het probleem nog voor gevonden moet worden. Stel een vertegenwoordiger van die beroepsgroep bedenkt dat hij onder collega’s nog niet veel voorstelt. Bijna verblind door ambitie om de CEO van een grote(re) organisatie te worden, bedenkt hij – meestal zijn het mannen – dat een fusie daaraan een belangrijke bijdrage kan leveren. Hem staan dan nog twee dingen te doen. Natuurlijk als eerste een fusiepartner vinden waarvan de bestuurder zijn pensioengerechtigde leeftijd nadert. Je wilt immers voorzitter van de board worden en concurrenten kun je daarbij niet gebruiken.

Minder lastig, maar wel zo belangrijk, is vervolgens dat je een aanleiding bedenkt voor die fusie. Die aanleiding kan liggen in allerlei vermeende problemen. Je verwijst naar de ‘financiële crisis’, ‘de markt die je daartoe dwingt’, ‘de concurrentie die op de loer ligt’ of de  ‘veranderende omstandigheden’. Wat het ook goed doet, is wijzen op de (synergie)voordelen van een fusie voor het personeel, zoals een fantastisch carrièreperspectief. 

En dan maar hopen dat de OR – net als de gemiddelde burger – ook geen interesse toont in de echte feiten en omstandigheden.