Oren en ogen

Vragend naar de meerwaarde van een OR voor een bestuurder, zal een van de antwoorden betrekking hebben op het opvangen en doorgeven van signalen: “Wij zijn de oren en ogen van de bestuurder”. Op de vraag hoe dat dan in zijn werk gaat, hoe dat oog waarneemt, wat dat oor opvangt, blijft een concreet antwoord uit. Ook een bestuurder zal, gevraagd naar de meerwaarde van zijn OR, melden dat die signaalfunctie voor hem (of haar) een belangrijk element is. Maar ook bestuurders vervallen - gevraagd naar concretisering van die functie - in algemeenheden. Ze beseffen kennelijk dat zeker niet alles wat hen aan signalen bereikt dezelfde aandacht krijgt. Soms zelfs niet eens wordt geregistreerd. Zolang ondernemingsraden het signaleren als belangrijke functie benoemen en hun overlegpartners bedenken dat die signalen hen in sommige gevallen van pas komen, lijkt de vraag naar de meerwaarde afgedaan. In de veronderstelling dat de bestuurder met al die signalen aan de slag gaat, sterker nog, allemaal oplost, blijven OR-leden volharden in het melding maken van misstanden.  

De OR van NS zal, na het lezen van een artikel over zijn bestuurder in de Volkskrant, uit die droom ontwaakt zijn. Die ogen en oren, moet die directeur hebben gedacht, zijn die wel betrouwbaar? Dus ging ze als conducteur aan de slag om zelf kennis te nemen van wat er zich binnen haar organisatie  afspeelt. Hoewel de OR het al had gemeld, stelde zij - vermomd als conducteur - vast dat een computertje niet naar behoren functioneerde. Aan de interviewer melde ze trots dat ze daarop meteen had ingegrepen en voor een vervangend apparaat had gezorgd! Met onze adviezen heeft ze al weinig op, zo zal haar OR gedacht hebben, nu twijfelt ze ook nog aan ons waarnemingsvermogen! 

Ergens in Nederland is er nu een(?) OR die zich afvraagt: Wie ben ik, waartoe ben ik er en wie gelooft  nog in mij?